Tel: 055 234 0590

Drie ACT werkvormen voor jouw organisatie

 

Drie ACT-werkvormen die je direct kunt inzetten in organisaties

Acceptance and Commitment Training (ACT) is meer dan een therapie. Je kunt het in organisaties inzetten om de psychologische flexibiliteit van medewerkers en teams te vergroten. ACT helpt om effectiever om te gaan met werkdruk, stress en veranderingen. En dat leidt tot duurzame inzetbaarheid, betere samenwerking & leiderschap en minder verzuim. De inzichten zijn dus allang niet meer voorbehouden aan de individuele coach of therapeut. In organisaties zijn ACT-principes juist het ideale startpunt van het goede gesprek.

1. Voor managers: de single session met de ACT-matrix

◆ Werkvorm voor MT en directie

Als manager of directielid neem je voortdurend beslissingen, stuur je mensen aan en vertegenwoordig je de organisatie naar buiten. Maar hoe vaak sta je stil bij de vraag: vanuit welke waarden doe ik dat eigenlijk? En: welke aannames over mezelf en anderen sturen mijn gedrag, zonder dat ik me daar bewust van ben?

De single session bij TeamWerklust is een gesprek van anderhalf uur waarin je als manager of directielid werkt met de ACT-matrix als een instrument voor zelfinzicht. Wat beweegt je? Wat houdt je tegen? En wat wil je, los van wat je denkt dat verwacht wordt?

Wat is de ACT-matrix?

De ACT-matrix is een eenvoudig maar krachtig model dat zichtbaar maakt hoe gedrag samenhangt met innerlijke ervaringen en waarden. Je plaatst jezelf in het midden en kijkt naar vier kwadranten:

 

In de single session werk je dit in voor je eigen situatie. Welke gedachten en vooronderstellingen sturen jou als leidinggevende? Wat vermijd je, en waarvoor? En welk gedrag wil je eigenlijk laten zien als het gaat om wie jij wilt zijn in je rol?

“Ik dacht dat ik wist wat ik belangrijk vond. Maar in de matrix zag ik dat de meeste energie ging naar wat ik wilde vermijden en niet naar wat ik wilde bereiken.”


2. Voor teams: het waardenspel

◆ Werkvorm voor teams

Waardenconflicten zijn een van de meest onderschatte bronnen van spanning in teams. Niet omdat mensen het niet eens zijn over feiten of aanpak, maar omdat ze verschillende dingen belangrijk vinden en dat vaak nooit hardop hebben gezegd.

Op zichzelf is het waardenspel al een krachtige werkvorm. Maar het werkt helemaal goed als voorbereiding op een dieper gesprek, bijvoorbeeld over duurzame inzetbaarheid of als opening van een moreel beraad.

Materiaal en doel

Materiaal: een pak kernwaardenkaarten, bijvoorbeeld van Vertellis.

Doel: eigen en elkaars waarden verkennen om vervolgens in gesprek te gaan over wat het betekent als je die waarden niet kunt vervullen in je werk — bijvoorbeeld door verminderde inzetbaarheid — of wanneer je geraakt wordt in je waarden door het gedrag van een collega.

De werkvorm

Iedereen ontvangt zes willekeurige waardenkaarten uit de set. Het doel is om door ruilen te eindigen met de zes kaarten die het beste bij jou passen. Daarvoor gelden een paar regels:

  • Je mag kaarten bekijken, vragen en aanbieden.
  • Ruilen betekent dat je altijd zes kaarten in je handen houdt.
  • Je mag beargumenteren waarom een waarde bij jou past en jij die kaart graag wilt hebben.
  • Je mag nooit beargumenteren dat een waarde niet bij de ander past.

Een nuttige toelichting vooraf: het verschil tussen waarden, behoeften, regels en kwaliteiten. Waarden gaan over wat je belangrijk vindt en dat is iets anders dan kwaliteiten, die gaan over waar je goed in bent. Dat onderscheid helpt deelnemers preciezer te zijn in wat ze kiezen en waarom. Na het ruilen zoeken de deelnemers de reflectie op, eerst in subgroepjes en daarna met het hele team. Teamleden zien zo in het gedrag van hun collega diens waarden terug. De kracht zit in de veiligheid die het spel creëert. Iedereen praat vanuit de eigen kaarten, niet vanuit een positie. Dat maakt het gemakkelijker om eerlijk te zijn, ook over wat je lastig vindt of wat je raakt. Wil je de werkvorm ontvangen? Laat het mij weten!


3. Voor individuele medewerkers: de busoefening

◆ Werkvorm voor individuele medewerkers

De busoefening is een van de meest herkenbare metaforen uit ACT. Simpel van opzet, maar verrassend raak.

Stel je voor: jij bent de buschauffeur. Jij bepaalt de route — jij kiest waar de bus naartoe gaat. Maar in de bus zitten passagiers. En die passagiers zijn jouw gedachten, gevoelens, herinneringen en angsten. Ze roepen van achterin. Ze proberen je af te leiden. Soms zijn ze luidruchtig, soms stil, maar ze zijn er altijd.

De oefening begint met een eenvoudige vraag: welke passagiers neem jij mee naar je werk?

Hoe werkt het?

Medewerkers schrijven op welke ‘passagiers’ ze dagelijks bij zich dragen. Dat kunnen gedachten zijn (“ik ben niet goed genoeg”), gevoelens (spanning, vermoeidheid, angst voor conflict), overtuigingen (“als ik nee zeg, laat ik mensen in de steek”) of herinneringen aan situaties die blijven hangen.

De vraag die daarop volgt is: stuur jij de bus, of sturen de passagiers jou? Op welke momenten laat je je van de route afbrengen? En welke route wil je eigenlijk rijden. En wat is de bestemming die écht bij jou past?

De oefening gaat niet over het kwijtraken van de passagiers (ze zijn allemaal van waarde). Het gaat over leren rijden zónder dat zij de route bepalen.

De busoefening werkt goed in een individueel coachgesprek, maar ook in groepsverband als iedereen de eigen passagiers deelt. Het gesprek dat dan ontstaat gaat over wat mensen meedragen en hoe dat hun werk beïnvloedt.


Of je nu als manager wilt stilstaan bij je eigen patronen, als team wilt onderzoeken waarom je langs elkaar heen loopt, of als medewerker wilt begrijpen wat jou op het werk bezig houdt: de ingang is klein, de opbrengst groot.

Wil je een van deze werkvormen inzetten in jouw organisatie? Neem gerust contact op Ik denk graag mee over wat past.

Mirjam Hohmann

Mirjam Hohmann
Oprichter TeamWerklust · Coach & organisatieadviseur

Mirjam begeleidt leidinggevenden, teams en medewerkers bij vraagstukken rondom inzetbaarheid, leiderschap en werkplezier. Ze werkt vanuit ACT-principes en filosofische gespreksvoering.

Terug naar alle artikelen

Het JD&R als model om verzuim te voorkomen

Verzuim ontstaat zelden van de ene op de andere dag. Achter een ziekmelding gaat bijna altijd een langere periode schuil van toenemende druk, afnemende energie en een gevoel dat het werk zwaarder is dan het oplevert. Het JD-R model helpt ons begrijpen waarom — en wat er aan te doen is.

Wat zegt het JD-R model?

Het Job Demands-Resources model, ontwikkeld door Arnold Bakker (Erasmus Universiteit Rotterdam) en Wilmar Schaufeli (Universiteit Utrecht), stelt dat werkkenmerken in twee categorieën vallen:

Job Demands zijn aspecten van het werk die inspanning kosten: hoge werkdruk, emotioneel belastende situaties, onduidelijke verwachtingen of weinig autonomie.

Job Resources zijn aspecten die energie geven: steun van collega’s, ontwikkelingsmogelijkheden, duidelijkheid over rollen, zingeving in het werk.

Een disbalans — veel eisen, weinig hulpbronnen — leidt tot stress, uitputting en uiteindelijk verzuim. Een goede balans leidt tot werkbevlogenheid: een positieve, werkgerelateerde gemoedstoestand die bestaat uit drie componenten:

  • Vitaliteit — mentale energie en veerkracht op de werkvloer
  • Toewijding — enthousiasme, trots en gevoel van betekenis
  • Absorptie — opperste concentratie, waarbij de tijd voorbijvliegt

Werkbevlogenheid is niet alleen prettig voor de medewerker — het is ook meetbaar van invloed op productiviteit, samenwerking en verzuimcijfers.

Toenemende druk hoeft geen probleem te zijn

Wat het model zo waardevol maakt, is de nuance: toenemende taakeisen leiden niet automatisch tot stress. Wanneer medewerkers én organisaties actief hulpbronnen inzetten, kan dezelfde druk juist leiden tot meer bevlogenheid. De stijl van leidinggeven speelt daarin een cruciale rol — met name individuele aandacht en ruimte voor wat een medewerker nodig heeft.

Er zijn dus twee routes als de werkdruk toeneemt: de weg naar uitputting, of de weg naar groei. Welke route wordt bewandeld, hangt af van wat er op individueel, team- en organisatieniveau beschikbaar is.

Een kanttekening: hulpbronnen zijn geen huiswerk

We zien een groeiende trend waarbij organisaties het gesprek over hulpbronnen aangaan met medewerkers, om het daar vervolgens bij laten. Het is harstikke goed om een medewerker inzicht te geven in waar hij/zij energie van krijgt en wat energie kost. Maar deze zaken liggen niet allemaal binnen de cirkel van invloed van de medewerker en kun je dus ook niet daar beleggen.

Dat is niet wat het JD-R model bedoelt, en het werkt ook niet. Hulpbronnen zijn voor een groot deel organisatorisch van aard: de ruimte die een leidinggevende biedt, de mate van autonomie in het werk, de cultuur waarin fouten mogen worden gemaakt. Die kun je niet bij de medewerker neerleggen. Wie dat wel doet, legt de verantwoordelijkheid voor een systeemprobleem bij het individu. Dat is zowel oneerlijk als ineffectief.

Een goede aanpak vraagt dus om beweging op alle niveaus: de organisatie die de randvoorwaarden creëert, het team dat samen regie neemt, én de medewerker die zijn of haar eigen veerkracht versterkt.

Op individueel niveau: persoonlijke hulpbronnen versterken met ACT

Voor medewerkers waarbij de balans verstoord raakt, is het versterken van persoonlijke hulpbronnen de kern van de aanpak. Acceptance and Commitment Training (ACT) is daar bij uitstek voor geschikt.

ACT is geen klassieke stressmanagementtraining. In plaats van het wegnemen van spanning, leert ACT medewerkers om anders te verhouden tot wat moeilijk is en van daaruit te handelen op basis van wat écht belangrijk voor hen is. Dat vergroot psychologische flexibiliteit: de vaardigheid om ook in lastige omstandigheden in beweging te blijven.

In de praktijk betekent dit: meer veerkracht onder druk, minder piekeren, en meer eigenaarschap over het eigen werk. Persoonlijke hulpbronnen als zelfvertrouwen, betekenisgevoel en copingvermogen nemen aantoonbaar toe. Precies de hulpbronnen die het JD-R model aanwijst als buffer tegen uitputting.

Op teamniveau: Prosocial als methode voor collectief job crafting

Individuele veerkracht is niet genoeg als het team als geheel vastzit. Op teamniveau werken wij met Prosocial. Dat is  een aanpak die gebaseerd is op ACT-principes én op evolutionair onderzoek naar wat groepen effectief maakt.

Prosocial helpt teams om gezamenlijk in kaart te brengen wat hen belast en wat hen sterker maakt. Niet als eenmalige workshop, maar als een proces waarbij het team zelf regie neemt over de werkomgeving. Teams leren collectief job crafting toe te passen: hoe kunnen we belastende taken verminderen, hulpbronnen vergroten en elkaar beter ondersteunen?

Het resultaat is meer psychologische veiligheid, betere samenwerking en een gedeeld gevoel van richting. En omdat Prosocial aansluit bij hoe mensen van nature in groepen functioneren, beklijft het ook na het traject.

Op organisatieniveau: van analyse naar integraal plan

Een duurzame aanpak vraagt ook om inzicht op organisatieniveau. Op basis van een duurzaam inzetbaarheidsscan brengen we knelpunten en kansen in kaart. Waar zijn de taakeisen structureel te hoog? Welke hulpbronnen ontbreken? Een werkgroep of taskforce kan vanuit die analyse een strategisch plan maken dat de balans organisatiebreed verbetert.

Bevlogenheid als keuze

Het JD-R model maakt duidelijk dat verzuim en uitval geen onvermijdelijke bijwerking zijn van een drukke organisatie. Ze zijn het gevolg van een onbalans die (als je weet waar je moet kijken) herkenbaar en beïnvloedbaar is. Die beïnvloeding zit op het niveau van de organisatie, leidinggevenden, teams en individuele medewerkers.

Wil je meer weten over hoe wij dat aanpakken? Kijk dan bij www.teamwerklust.nl/preventie

Een uitleg van het JD&R model vind je hier .


Bronnen:
Bakker, A.B. & Demerouti, E. (2007). The Job Demands-Resources model: State of the art. Journal of Managerial Psychology, 22(3), 309–328.
Schaufeli, W.B. & Bakker, A.B. (2004). Job demands, job resources, and their relationship with burnout and engagement. Journal of Organizational Behavior, 25(3), 293–315.

Stressklachten op de werkvloer

Stress heeft een slechte reputatie. Maar stress zelf is niet het probleem — het is een van de meest doeltreffende beschermings- en activeringsmechanismen die we hebben. Wanneer iets bedreigend aanvoelt, maakt het lichaam adrenaline aan. De hartslag versnelt, de spieren spannen zich, de aandacht scherpt. Het lichaam bereidt je voor op actie.

Dat is nuttig. Soms zelfs noodzakelijk. Maar als de stressreactie chronisch wordt en getriggerd wordt door dingen in je hoofd (gedachten) in plaats van daadwerkelijk gevaarlijke situaties, dan ontstaat er een probleem.

Van acute stress naar chronische overbelasting

Acute stress lost zichzelf op. Er is een bedreiging, het lichaam reageert, de situatie verandert, en het systeem keert terug naar rust. Zo werkt het wanneer je een deadline haalt, een moeilijk gesprek voert of een conflict oplost.

Chronische stress werkt anders. Wanneer de hersenen voortdurend een dreiging waarnemen (ook zonder directe aanleiding) blijft het stresssysteem geactiveerd. Het hormoon cortisol speelt daarin een sleutelrol: bij langdurige activatie raakt de hormoonhuishouding ontregeld, wat leidt tot vermoeidheidsklachten, slaapproblemen, concentratieproblemen en bij aanhoudende overbelasting, uitval.

 

Hoe stress eruitziet op de werkvloer

Wat leidinggevenden doorgaans herkennen als “moeilijk gedrag” is vaak een automatische stressreactie. Dit zijn de gedragingen die voor jou een signaal zijn om in gesprek te gaan:

Freeze: E-mails blijven onbeantwoord, beloften worden niet nagekomen, contact wordt vermeden.  Freeze is een toestand van overweldiging waarbij het brein letterlijk vastloopt en is vaak de eerste reactie.

Fight: Er is weerstand, irritatie, of een patroon van “jij moet” en “ik vind”. Fight is een defensieve reactie op iets wat als onveilig wordt ervaren.

Flight: De medewerker trekt zich terug. Of in verzuim, of in de interactie. Die interactie kun je herkennen aan opmerkingen zoals: “Ik doe er alles aan, maar het lukt niet.” Afspraken worden vaak gemist. Er is veel uitleg, weinig actie.

Een vierde reactie die op de werkvloer regelmatig voorkomt maar minder herkend wordt, is de fawn-respons, ook wel tend-and-befriend genoemd. Waar freeze, fight en flight zich kenmerken door terugtrekking of weerstand, doet iemand in de fawn-reactie juist het tegenovergestelde: die past zich aan, stemt in, vermijdt conflict en probeert het iedereen naar de zin te maken.

Op het eerste gezicht lijkt dit geen stressreactie. De medewerker is meegaand, vriendelijk, zegt nergens “nee” op. Maar onder die oppervlakte zit een hoge mate van alertheid: voortdurend inschatten wat de ander verwacht, en het eigen gedrag daarop afstemmen om veiligheid te creëren.

Je herkent het aan medewerkers die altijd “ja” zeggen maar vervolgens overbelast raken, die nooit aangeven dat het te veel wordt, die moeite hebben met grenzen stellen of die zich sterk aanpassen aan de sfeer in de groep, ook wanneer dat ten koste gaat van zichzelf.

Voor leidinggevenden is dit de moeilijkst te herkennen stressreactie, juist omdat het er van buiten functioneel uitziet, maar ook dit is een signaal om hierover in gesprek te gaan.

Vroege signalen die je als leidinggevende kunt herkennen

Stress kondigt zich aan voordat iemand uitvalt. Signalen die het waard zijn om bij stil te staan:

  • Minder energie dan gebruikelijk, iemand die altijd actief was, trekt zich terug
  • Vermijding van samenwerking of sociaal contact op de werkvloer
  • Sneller de controle of het overzicht verliezen in alledaagse situaties
  • Emotionele reacties die buiten verhouding lijken, zoals boosheid, huilen, of juist een opvallende onverschilligheid
  • Terloopse opmerkingen over slaapproblemen, hoofdpijn of lichamelijke klachten zonder duidelijke medische oorzaak
  • Frustratie over het werk of de organisatie die groter lijkt dan de situatie rechtvaardigt

Geen van deze signalen is op zichzelf alarmerend. Het gaat om een patroon, en om verandering ten opzichte van hoe iemand normaal functioneert.

Het gesprek: eerder dan je denkt, rustiger dan je voelt

Het meest effectieve moment voor een gesprek over stress is voordat je een verzuimmelding krijgt. Niet als formeel beoordelingsgesprek, maar als gewone (en oprechte) aandacht.

Een paar handvatten:

Wees concreet over wat je ziet. Niet “ik maak me zorgen om je”, maar “ik merk dat je de afgelopen weken stiller bent in vergaderingen — klopt dat?” Observaties zijn uitnodigingen. Interpretaties sluiten af.

Laat ruimte voor het antwoord. Iemand die in een stressreactie zit, heeft tijd nodig om te formuleren. Stilte is geen ongemak om op te vullen.

Scheid het signaal van het gedrag. Als iemand zich terugtrekt of geïrriteerd reageert, is de verleiding groot om zelf te interpreteren wat er gebeurt. Benoem het zichtbare gedrag en benoem dan jouw zorgen of hoe het op jou overkomt.

Maak het laagdrempelig bij terugkeer. Bij werkhervatting na stressklachten is “kom maar een kopje koffie drinken” voor veel mensen zwaarder dan het klinkt. Een concrete, afgebakende taak — iets doen, iets bijdragen — is vaak makkelijker dan een open sociaal moment. Hetzelfde geldt voor e-mail: dat is veel informatie en veel verzoeken tegelijk. Dat is voor mensen die veel stress ervaren een enorme bak vol met triggers.

Wil je dit samen verkennen met je team?

Begrijpen hoe stress werkt — in je hoofd en in je lichaam — is de eerste stap. Bij TeamWerklust bieden we een workshop aan waarbij je samen met je team ontdekt hoe stresssignalen zich manifesteren, wat jouw eigen automatische reacties zijn, en hoe je als leidinggevende effectiever kunt reageren op wat je ziet.

Meer weten over de workshop? Neem contact op met TeamWerklust.

 

Waarom preventie loont

Elke euro die je investeert in de mentale gezondheid van je medewerkers levert gemiddeld €4,80 op. Dat is geen marketingpraatje, maar wat de WHO concludeerde op basis van twaalf studies. En toch is preventie in de meeste organisaties nog steeds het sluitstuk van het verzuimbeleid in plaats van het startpunt. Hoe dat komt?

Lees verder

© Teamwerklust. Alle rechten voorbehouden. |  Design > Illustration >